Het
uitwendig oor.
De oorschelp en de gehoorgang behoren op hun beurt weer tot het uitwendige oor.
De oorschelp bestaat uit kraakbeen bedekt met een laagje huid. Doordat onze oorschelpen
niet beweegbaar zijn, spelen ze slechts een zeer kleine rol bij het richtinghoren.

Het buitenste deel van de gehoorgang
bestaat uit kraakbeen, terwijl het binnenste deel van de
gehoorgang bestaat uit hard bot. Beiden zijn bekleed met
huid.
De gehoorgang is zo'n 2,5 cm
lang en heeft een S-vorm en loopt iets omhoog. In het buitenste
gedeelte van de gehoorgang bevinden zich haartjes. Hier bevinden
zich ook een aantal kliertjes die oorsmeer (cerumen) afscheiden.
Het oorsmeer bindt stof en vuil aan zich dat samen met het
oorsmeer door de haartjes langzamerhand naar buiten wordt
gebracht
|